Prothesen

Beenprothesen: maatwerk met de nieuwste technieken en aanpassingsmogelijkheden

Beenprothesen zijn kunstmatige lichaamsvervangende onderdelen en worden gebruikt na een amputatie of bij aangeboren afwijkingen aan de onderste ledematen. Het doel van protheseverzorging is om de verloren lichaamsfunctie zoveel mogelijk te compenseren en de betrokken persoon weer zekerheid en mobiliteit te geven. Daarmee is moderne protheseverzorging een essentiële voorwaarde voor een zo goed mogelijke sociale en professionele re-integratie.

Amputaties in Duitsland

Hoeveel mensen er precies getroffen zijn door een amputatie van de onderste ledematen, kan momenteel alleen worden geschat. Er bestaat in Duitsland namelijk geen amputatieregister en dus zijn er geen betrouwbare cijfers. Naar schatting worden er jaarlijks in totaal 40.000 tot 60.000 amputaties uitgevoerd. Daarbij is 70 procent van alle grote amputaties van de onderste ledematen – dus amputaties boven de enkel – het gevolg van diabetes.

Moderne prothesetechniek: vooruitgang en individualiteit

De prothesetechniek heeft de afgelopen decennia een razendsnelle ontwikkeling doorgemaakt. Moderne prothesen hebben niets meer te maken met zogenaamde ‘houten benen’. Vrijwel elk type amputatie en elke stompvorm kan tegenwoordig prothetisch worden verzorgd. Moderne prothesen kunnen de natuurlijke bewegingen van de mens steeds beter nabootsen, ze worden steeds veiliger en duurzamer, eenvoudiger te bedienen en comfortabeler. Tegenwoordig zijn er voor de prothese een groot aantal verschillende schachtvormen, schachttechnieken en aanpassingsonderdelen beschikbaar. Daarbij worden verschillende technologieën gebruikt: aanpassingsonderdelen, bijvoorbeeld voeten of kniegewrichten, kunnen pneumatisch, hydraulisch, elektronisch, interactief of zelfs bionisch worden aangestuurd.

De keuze van de juiste prothese: een individueel proces

Welke prothese het meest geschikt is, hangt in principe af van het persoonlijke profiel van de gebruiker. Ieder mens is uniek en ervaart dingen anders. Daarbij spelen veel aspecten een rol, zoals persoonlijke doelen, de hoogte van de amputatie, vrijetijdsbesteding of de leefomgeving. De orthopedisch technicus kent de individuele vereisten en de technische mogelijkheden van de prothesecomponenten. Zo kunnen beide optimaal worden gecombineerd.

Constructiewijzen van prothesen: schaal- en modulaire constructie

In de prothesetechniek onderscheidt men twee constructiewijzen: de schaal- en de modulaire constructie. Beide constructiewijzen hebben hun voor- en nadelen.

De modulaire constructie, ook wel buisskeletconstructie genoemd, heeft zich grotendeels doorgezet ten opzichte van de schaalconstructie. Deze komt dichter in de buurt van het voorbeeld van menselijke mobiliteit. Het dragende element van prothesen in modulaire constructie bestaat uit een buisconstructie. Via adapters en modules worden de verschillende prothesepassendelen met elkaar verbonden. Dit constructieprincipe biedt veelzijdige mogelijkheden om de passendelen te selecteren en met elkaar te combineren. Bovendien kan de prothese snel worden aangepast aan de individuele eisen en behoeften van de geamputeerde, en kunnen pasdelen vrijwel naar believen worden verwisseld.

De meer traditionele schaalconstructie kenmerkt zich doordat het dragende element van de prothese aan de buitenkant is aangebracht, d.w.z. dat de prothesewand zowel een vormgevende als een dragende functie vervult. Prothesen die volgens dit principe zijn vervaardigd, onderscheiden zich door hun bijzondere robuustheid en duurzaamheid. Ze zijn eenvoudig te onderhouden, maar hebben hun beperkingen wat betreft de cosmetische bekleding, de verstelmogelijkheden en het vervangen van pasdelen.

Scroll naar boven